Vissen in de vijver

Vissen in de vijver spelen geen belangrijke rol spelen in het biologisch evenwicht van de vijver. Ze maken de vijver echter wel levendig. Het is natuurlijk altijd leuk om naar mooi gekleurde vissen te kijken die in een heldere vijver zwemmen.

Op deze pagina vissen in de vijver bekijken we, welke vissen je het best in je vijver kunt zetten en hoeveel. Ook bespreken we het voeren van de vissen en geven we tips, hoe je de vissen in de vijver gezond kunt houden.

vissen in de vijver
Vissen maken de vijver tot een levendig geheel. Op deze foto zijn Komeetstaarten (Sarasa’s) afgebeeld. Dit zijn zeer geschikte vijvervissen.

Vissen in de vijver komen vooral goed uit in een heldere vijver. In de heldere vijver is de schaduw van vissen op de vijverbodem zichtbaar op een zonnige dag. Dit wordt ook wel de schaduwtest genoemd. Als de schaduw niet zichtbaar is, is dit een teken dat de vijver last heeft van zweefalgen.


Vissen in de vijver: welke soorten?

Lang niet alle vissoorten zijn geschikt om in de vijver te houden. Sommige soorten hebben namelijk eigenschappen, die ze hiervoor tot een mindere keus maken. Denk bijvoorbeeld aan het omwoelen van de bodem of het aanvreten van zuurstofplanten .

Hieronder bespreken we, welke soorten vissen je beter wel en niet in je vijver kunt houden. Koikarpers komen apart aan bod.

Goudwinde (Leuciscus idus melanotus)

De goudwinde is een zeer geschikte vijvervis. Goudwindes eten vooral van de wateroppervlakte en laten de vijverbodem met rust. Goudwindes zijn snelle groeiers en worden behoorlijk groot, tot wel 60 cm. In een kleine vijver is dat een nadeel.

Vissen in de vijver: Goudwinde
De goudwinde is een vijvervis die veel wordt gehouden. Het zijn over het algemeen dan ook zeer geschikte vissen voor in de vijver.

Goudvis (Carassius auratus auratus)

Deze vissoort wordt misschien wel het meest gehouden in Belgische vijvers. Toch zijn goudvissen eigenlijk geen geschikte vijvervissen. Deze vissen hebben namelijk twee grote nadelen:

  • Goudvissen wroeten graag in de bodem, vooral de grotere exemplaren;
  • Goudvissen vermenigvuldigen zich razendsnel, waardoor er al snel teveel vissen in de vijver komen.

Deze eigenschappen zorgen er voor, dat goudvissen soms problemen in de vijver kunnen veroorzaken.

Goudvis
De goudvis krijgt makkelijk en veel nakomelingen. Dit levert soms problemen op in de vijver.

Komeetstaart (Sarasa)

In plaats van goudvissen kun je daarom beter komeetstaarten houden in de vijver. Komeetstaarten vermenigvuldigen zich een stuk minder snel en zijn bovendien typische oppervlakte-azers. De vissen zoeken hun voedsel dus aan de wateroppervlakte in plaats van de bodem om te woelen. Naast deze voordelen is de Sarasa meestal ook mooi gekleurd. Sommige vissen zijn helemaal wit of oranje, maar de meeste zijn tweekleurig. Komeetstaarten worden tot maximaal 25 cm lang. De komeetstaart of sarasa is, kortom, een prima vis voor de vijver.

Sarasa - komeetstaart
De sarasa of komeetstaart is een mooie en zeer geschikte vijvervis.

Goudelrits of Mona Lisa (Pimephales promelas)

De goudelrits of Mona Lisa is een kleine vijvervis, die zich makkelijk voortplant en zijn eten aan het wateroppervlak zoekt. Het is daardoor een zeer geschikte vis om in wat grotere aantallen uit te zetten in de vijver. Ook voor nieuwe vijvers is deze vis een goede keuze.

Mona Lisa - goudelrits
Mona Lisa’s of goudelritsen zijn klein blijvende visjes. Je kunt er daardoor veel van in de vijver zetten.

Steur (Acipenser sturio)

De steur is een vissoort die stromend water nodig heeft. Als je deze soort wilt houden, zul je in de vijver moeten zorgen voor voldoende stroming. Steuren houden zich bij voorkeur bij de bodem op.

Zonnebaars (Lepomis gibbosus)

Een zonnebaars is een klein blijvende roofvis. Hij eet dus levende prooien, zoals kleine visjes. In een grotere vijver van meer dan 10.000 liter kun je een  zonnebaars houden.

Zonnebaars vijver
De zonnebaars is een roofvis. Hij komt van nature niet in België voor.

Sluierstaarten (Carassius)

Sluierstaarten zijn geschikte vijvervissen. Ze worden niet te groot en zijn ook mooi om te zien. Een sluierstaart woelt niet in de bodem, maar zoekt zijn voedsel aan de wateroppervlakte. Sluierstaarten zijn helaas wat minder goed bestand tegen een koude winter.

Sluierstaart
Sluierstaart zijn mooi gekleurde, geschikte vissen voor in de vijver.

 

Vissen uit de natuur

Je kunt beter geen vissen uit de natuur in de vijver zetten. Deze vissen hebben namelijk een natuurlijke schutkleur. Hierdoor zijn ze nauwelijks zichtbaar in de vijver. Veel wilde vissoorten, zoals karper, zeelt of brasem woelen ook nog eens flink de bodem om op zoek naar voedsel.

 

Vissen in de vijver – hoeveelheid

Vissen in de vijver vervullen zoals gezegd geen belangrijke rol in het biologisch evenwicht. Ze vervuilen het vijverwater echter wel. Alle uitwerpselen van de vissen moeten door de bacteriën in de vijver en het filter worden afgebroken. Wanneer er teveel vissen in de vijver zwemmen, zullen de bacteriën niet meer al het afval kunnen afbreken. De balans raakt dan verstoord. Het gevolg is, dat de vijver vervuild raakt en er teveel voedingsstoffen in het water komen. Dit leidt tot groei van algen, waardoor het vijverwater groen wordt.

Je moet het aantal vissen in de vijver dus beperken. Dit betekent niet alleen dat je niet teveel vissen in de vijver moet zetten, maar ook dat je het best kunt kiezen voor soorten die zich niet te snel voortplanten. Goudwindes, Mona Lisa’s, Komeetstaarten en Sluierstaarten zijn wat dat betreft geschikte soorten.

De hoeveelheid vissen, die je zonder problemen kunt houden in de vijver, hangt van het volgende af:

 

Inhoud van de vijver

Hoe groter de vijver, des te meer vissen kun je erin houden.

Leeftijd van de vijver

In een nieuwe vijver is het biologisch evenwicht meestal nog niet goed ontwikkeld. Als je vervolgens te snel of te veel vissen uitzet, kan het evenwicht in de vijver makkelijk verstoord raken.

Biologisch filter

Een biologisch filter vergroot de totale hoeveelheid bacteriën die afval uit de vijver kunnen afbreken. Plaatsen van een biologisch filter bij de vijver zorgt er daarom voor, dat je meer vissen kunt houden.


UV-filter

In een vijver met een UV-filter kun je meer vissen houden dan in een vijver zonder zo’n filter.

Soort vissen

Sommige vissoorten belasten het vijvermilieu zwaarder dan andere soorten. Denk hierbij aan soorten die snel groeien of zich sneller voortplanten.

Waterkwaliteit vijver

Een goede waterkwaliteit in de vijver zorgt ervoor, dat het afval van de vissen beter verwerkt kan worden door de bacteriën. Met een goede waterkwaliteit kun je daarom meer vissen in de vijver houden.

Als gemiddelde kun je aanhouden, dat je per kubieke meter vijverwater (1.000 liter) ongeveer 20 cm vis in de vijver kunt houden. Met een goede filterinstallatie, voldoende zuurstofplanten en goede waterwaarden kan je hier 25% bij optellen. Je komt dan dus op 25 cm vislengte per 1.000 liter vijverwater. In een vijver van 5.000 liter kun je zo bijvoorbeeld ongeveer 125 cm vis houden. Dit zijn bijvoorbeeld 30 goudelritsen of 7 tot 12 goudwindes.

Hoeveelheid vis in vijver
Door niet te veel vissen in de vijver te houden, voorkom je problemen met het biologisch evenwicht.

 

Koikarpers

Koikarpers (Cyprinus carpio koi) vereisen een aparte inrichting van de vijver. Deze vis zal namelijk, zodra hij enige omvang heeft, alle zuurstofplanten opeten. Om koikarpers te kunnen houden zal de taak van de zuurstofplanten, die de vijver helder houden, dus overgenomen moeten worden door andere systemen. Dit kan bijvoorbeeld met een helofytenfilter of een meerkamerfilter of UV-filter. Deze noodzakelijke aanpassing maakt koivijvers ook een stuk duurder dan een ‘gewone’ vijver.

Een andere mogelijkheid is de vijver in twee delen op te splitsen. Hierbij zitten de vissen in het ene deel en staan de zuurstofplanten in het andere. Hierbij is het wel belangrijk dat de vissen niet in het plantendeel kunnen komen. Dit kun je bijvoorbeeld bereiken door te werken met bassins op twee of meer niveaus.

Koikarpers
Het houden van koikarpers vergt aanpassingen aan de vijverinrichting.

 

Vissen in de vijver uitzetten, voeren en gezond houden

Wanneer vissen uitzetten?

In een nieuwe vijver is het verstandig om de eerste maanden geen vissen uit te zetten. In deze tijd kan de vijver dan een biologisch evenwicht opbouwen, zonder dat dit verstoord wordt door de aanwezigheid vissen.

Nieuwe vissen zet je bij voorkeur in de periode maart – mei in de vijver. De watertemperatuur is dan nog niet te hoog en de vis heeft genoeg tijd om te wennen aan zijn nieuwe omgeving, zodat hij met voldoende weerstand de winterperiode in kan gaan. Dit verkleint de kans op vissterfte in de winter.

Kopen, vervoeren en uitzetten

Koop vissen bij een gespecialiseerde kwekerij of tuincentrum. Let  goed op, dat de exemplaren die je koopt geen wondjes, infecties of schimmelplekken hebben.

Vervoer de vissen in een stevige plastic zak met voldoende water in een afgedekte doos, uit de zon. Tijdens het transport zijn vissen zeer gevoelig voor beschadigingen en hebben ze een hoog stressniveau.

Leg de zak met nieuwe vissen een half uur in je vijver, op een plaats in de schaduw. Hierdoor krijgt het water in de zak dezelfde temperatuur als het vijverwater. Hierna kun je de zak openmaken en de nieuwe vissen in de vijver vrijlaten.

 

Het filmpje  laat zien hoe je vissen kunt uitzoeken, vervoeren en in de vijver kunt zetten.

 

Voeren van vissen in de vijver

In een vijver met maar weinig vissen hoef je eigenlijk niet of nauwelijks te voeren. Vooral kleine vissen kunnen prima hun eigen voedsel vinden. Ze eten hierbij insecten en larven die van nature in de vijver leven.

Als je veel vissen in de vijver hebt, of grotere exemplaren, is het wel noodzakelijk om bij te voeren. Let hierbij op het volgende:

  • Voer de vissen alleen bij een watertemperatuur van acht graden of meer. Bij een lagere temperatuur ligt de stofwisseling van de (koudbloedige) vissen praktisch stil.
  • Geef de vissen nooit te veel voer. Zorg dat de vissen het uitgestrooide voer binnen een paar minuten opeten.
  • Voer af en toe ook met levend voer, zoals watervlooien. Dit bevat veel eiwitten.

 

Vissen in de vijver gezond houden

Je wilt natuurlijk graag dat de vissen in de vijver gezond blijven. Daarom volgen hieronder een aantal tips, die je hierbij helpen.

  • Zorg altijd voor vijverwater van goede kwaliteit. Gezond, hard vijverwater heeft een vrij constante zuurgraad (pH-waarde). Hierdoor zijn vissen minder gevoelig zijn voor parasieten, schimmels en andere infecties.

 

  • Plaats veel zuurstofplanten in de vijver. Vissen zijn voor hun zuurstofvoorziening afhankelijk van deze planten. Als de zuurstofplanten niet goed groeien, neem dan maatregelen om de  groei ervan te verbeteren. Plaats ook tijdelijk een luchtpompje in de vijver.

 

  • Let op, dat er niet teveel vissen in de vijver komen. Te veel vissen leidt op den duur bijna altijd tot het uitbreken van infecties en vissterfte. Vang jonge vis eventueel weg met een schepnet.

 

  • Zet zieke vissen zo snel mogelijk in quarantaine in een aparte bak. Hiermee voorkom je, dat de zieke vissen gezonde exemplaren aansteken.

 

Behandeling van zieke vissen


Wanner je onverhoopt toch ziektes of aandoeningen constateert bij de vissen, kun je overwegen om een medicijn toe te dienen. Bedenk hierbij wel, dat medicijnen duur zijn en helaas lang niet altijd voorkomen dat de vis toch doodgaat.

Als je een zieke vis behandelt, zet je hem eerst in een aparte bak (quarantaine). De medicijnen, die aan het water toegevoegd moeten worden, bevatten namelijk antibacteriële middelen. Dit is natuurlijk goed voor de zieke vis, maar slecht voor de bacteriën in het filter en de vijver. Bovendien werken geneesmiddelen veel effectiever als ze toegepast worden in een kleinere waterhoeveelheid. De kans op genezing van de vis wordt daardoor groter.

Op de site van Vijverhandboek vind je meer informatie over visziekten.

 

Verder lezen

  Een groene vijver helder maken

  Afbeeldingen vijvervissen

  Checklist vijvervissen

   Wat is biologisch evenwicht?